Developed in conjunction with Ext-Joom.com

Zoeken op de site

DSC01059b.jpg

Memo per e-mail

Expressievakken

 

Beeldende vorming

Groepen 1-2
De kinderen leren bij handvaardigheid/tekenen werken met verschillende materialen en technieken. Er wordt daarbij aangesloten bij de thema’s die in de klas aan bod komen.
Groepen 3-4
Naast de ontwikkeling van de creativiteit van de leerlingen wordt aandacht geschonken aan kleur en compositie. In deze fase zien de kinderen de wereld vooral in schema’s: een vogel is een ‘V’, een boom is een stam met een wolk. Langzaam maar zeker worden de schema’s rijker, zien we steeds meer details.
Groepen 5-6
Er wordt nu meer aandacht besteed aan de wereld zien als een ‘foto’. Voorbeeld: een vogel heeft een staart, een bek, vleugels en een kop. Maar in de lucht ziet dat er anders uit dan zittend op een tak. Werkstukken worden meer verfijnd. Hoe authentieker kinderen antwoord geven op een beeldend probleem, hoe beter.
Groepen 7-8
De kinderen willen de werkelijkheid steeds meer natuurgetrouw weergeven. Leerlingen kunnen aardig gefrustreerd raken als zoiets niet lukt. De leerkracht zal steeds meer moeten uitleggen, bijvoorbeeld bij de werking van kleuren of het tekenen van perspectief. Binnen de opdrachten blijven we streven naar authenticiteit.

 

Drama

Dramatische vorming van de leerlingen wordt in de kleutergroepen gestimuleerd door middel van bewegingsverhalen en rollenspellen. De eigen inbreng van de kinderen is daarbij belangrijk.
In de middenbouw komen aan bod: dialoogspelen, pantomime, tableau, improvisatie, voordrachtspel.
In de hogere groepen wordt bij drama extra gelet op gebruik van stem, mimiek, gebaar, houding, emotie en timing.

 

Muziek

Groepen 1-2
Er wordt gezongen (ritmisch en melodisch eenvoudige liederen), er wordt geluisterd naar muziek (snel-langzaam, hard-zacht, hoog-laag), en kinderen maken hun eigen stukjes muziek.
Groepen 3-4
Er wordt gezongen (dans- en speelliederen, echo-zingen, liederen met refrein), er wordt geluisterd naar muziek (verschillen en overeenkomsten in muziekfragmenten, staccato en legato), en kinderen maken hun eigen stukjes muziek (maat- of ritmebegeleiding bij muziek). Ze spelen deze stukjes op instrumenten zoals de trom, het woodblock en de triangel. Ook komen eenvoudige grafische notaties aan bod.
Groepen 5-6
Er wordt gezongen (liederen uit verschillende culturen, liederen met wisselzang en refrein, stapel-liederen), er wordt geluisterd naar muziek (ritmische patronen, verschillende muzieksoorten, associëren aan de hand van muziekfragmenten), en kinderen maken hun eigen stukjes muziek (maatsoorten komen daarbij aan bod). Ook komen grafische en traditionele muzieknotaties aan bod. Bij zingen komen nu ook eenvoudige canons aan bod.
Groepen 7-8
Er wordt gezongen (liederen en canons uit verschillende culturen, ‘rappen’, liederen met een grotere toonomvang, liederen met wisselzang en refrein, stapel-liederen), er wordt geluisterd naar muziek (kinderen herkennen herhalingen, contrasten, e.d.), en kinderen maken hun eigen stukjes muziek (gebruik van schoolinstrumenten). Ook komen muzieknotaties aan bod (eenvoudige ritmische motieven met kwart, halve en achtste noot).

Ouddiemerlaan 106
1111HL Diemen
(020) 698 1832
info@sint-petrusschool.nl